Vaginale flora

     133,80

    Categorieën: ,

    Productomschrijving

    Na een eerste kontakt met een micro-organisme maakt het li­chaam antistoffen van het type M aan. De concentratie van deze antistoffen bereikt binnen enkele weken een piek om vervolgens weer geleidelijk te dalen. De IgM-pro­duktie wordt na enkele dagen gevolgd door de produktie van antistof­fen van het type G.

    Patiënten met hematologische afwijkingen, immuun­deficiëntie en patiënten met immuunsuppressieve of antineoplas­tische therapie vormen alleen IgM-antistoffen tegen Candida albicans en geen IgG-antistoffen (Porsius, 1990).

    Ook bij non-responders worden geen IgG-antistoffen tegen C. albicans geproduceerd. Bij non-responders is alleen de productie van antistoffen tegen Candida albicans afwezig; de productie tegen andere micro-organismen is dan (meestal) wel normaal.

    Bij een pathologische reactie blijft de titer van anti­stof­fen van het type M langdurig hoog (zelfs tot meer dan anderhalf jaar) om dan geleidelijk weer af te nemen. In zo’n situatie worden IgG4- of IgE-antistoffen aangemaakt.

    Aangezien Candida albicans een commensaal (algemeen voorkomend micro-organisem) is, komen ook bij een aantal gezonde mensen hoge titers met IgG-anti­stoffen voor. Een hoge IgG waarde tegen Candida albicans alleen hoeft der­halve niet op een aktieve C. albicians infectie te wijzen, maar kan duiden op een in het recent verleden meegemaakte infectie. Bij mucocutane infecties van de huid werd bij een significant aantal mensen verhoogde antistof-titers aangetoond (Ott e.a., 1990).

    Een vals-negatieve reacties komen voor bij patiënten met immunosuppressieve therapie en bepaalde immunologische stoor­nissen zoals kanker en AIDS.

    IgG4-Candida is een goede maat om een Candida-infestatie aan te tonen. Alleen in bijzondere gevallen zal er onvoldoende antistof–productie plaatsvinden. IgA-Candida kan zinvol zijn bij slijmvlies reacties zoals Candida-infecties van oog-, vagina, of mondslijmvlies.

    Bij het starten van de behandeling zal in eerste instantie de productie van antistoffen toenemen om later te dalen. Bij een behandeling met antimycotica zoals Nystatine, Amfotericine B, Trisporal e.d. zal relatief veel Candida gedood worden. De vrijkomende celwandfragmenten zullen tot een extra antistofproductie aanzetten. De halfwaardetijd van deze antistoffen is 23 dagen; na 23 dagen is de helft van de antistoffen afgebroken. Bij een positieve waarde van ongeveer 0.6 (klasse 3) zal het zeker 3 maanden duren voordat men een negatieve test zal vinden.