|
|
KEAC-Home | York Nutritional Laboratory Pagina
De rol van antistoffen J. Graham
__________________________________________________________________________ Inleiding Klassieke allergieën worden door huisarts of medisch specialist middels een bloedafname en het opsporen van IgE-specifieke antistoffen onderzocht. Echter een overgroot deel van de bevolking (meer dan 70 procent) heeft geen erfelijke aanleg voor allergie en zal geen IgE-specifieke antistoffen kunnen aanmaken. Dit houdt niet in dat deze mensen niet allergisch kunnen reageren zoals veelvuldig verondersteld wordt. Het vervelende is dat de definitie dat wel zegt. Een allergie is namelijk gedefinieerd als een reactie waarbij de patiënt IgE-specifieke antistoffen aanmaakt en klachten heeft die na eliminatie (weglaten van het betrokken voedingsmiddel) verdwijnen. Niet-atopici hebben wel degelijk allergische reacties; zij maken echter in plaats van IgE, IgG-specifieke antistoffen aan. Deze IgG-antistoffen worden in deze test van het YNL onderzocht. De benaming voor deze overgevoeligheidsreacties is ook wel voedselgevoeligheid. Het York Nutritional Laboratory geeft er echter steeds meer de voorkeur aan om te spreken van voedselintolerantie. De klinische ecologie spreekt van secundaire allergische reacties. Gebleken is dat heel wat chronische ziekten veroorzaakt worden door deze overgevoeligheidsreacties. De test wordt gedaan door middel van een vingerprik en is dus ook zeer geschikt voor kinderen en baby’s. De ontstane druppel bloed wordt in een staafje met cellulose vezels opgenomen. Als het staafje helemaal rood is, is het werk gedaan. Het staafje wordt in een kokertje gedaan en teruggezonden. Na enkele weken krijgt u de uitslag van de test thuisgestuurd. Bij de uitslag ontvangt u een handboek waarmee u de uitslag van uw test kunt interpreteren. Het is een leidraad om bij het weglaten van de verboden producten uw voeding aan te passen. Hierbij worden adviezen gegeven om eventuele tekorten aan vitaminen en mineralen te voorkomen. De voedingsmiddelen worden in de test ingedeeld in ‘verboden’, ‘te roteren’ en ‘gewoon te gebruiken’. De te roteren voedingsmiddelen kunt u niet elke dag gebruiken, maar bijvoorbeeld om de dag of om de twee De laatste paar jaar voert het York Nutritional Laboratory een test uit waarmee IgG-antilichamen gericht tegen voedsel kunnen worden opgespoord. De test is een enzymgebonden immunoassay of ELISA methode, bestaande uit een groep van voedsel antigeen, waarmee het patroon van IgG reacties tegen deze voedselantigenen gemeten word. Hiermee wordt een individueel dieetprogramma onderbouwd waarmee de patiënt zijn voeding moet aanpassen. Er is nu voldoende bewijs dat deze dieetwijzigingen zinvol zijn bij tal van chronische aandoeningen. De identificatie van voedselgevoeligheid via deze methode is veel eenvoudiger en minder belastend voor de patiënt en behandelaar dan huidtests of eliminatie-provocatie-dieten. Tot voor kort was het noodzakelijk dat er voor dit soort onderzoek bloed werd afgenomen middels venopunctie. Nu echter kan de patiënt zelf middel een vingerprik het benodigde bloed verzamelen dat in een speciaal daarvoor ontwikkeld buisje met cellulose vezels wordt opgezogen. Een dergelijke methode is veel sneller en minder belastend voor patiënten. Tevens krijgt de behandelaar of patiënt niet alleen het resultaat van de analyse maar ook informatie over de benodigde dieetwijzigingen. De rol van IgE in voedselgevoeligheid is veel duidelijker vastgesteld dan die voor niet IgE-gemedieerde reacties. Het vaststellen van allergie benodigt het vaststellen van de aanwezigheid van IgE-antistoffen, de huidtest en de dubbelblind placebo gecontroleerde eliminatie-provocatie (Salkie, 1994). Huidtests hebben echter een zeer beperkte correlatie met voedselallergenen en zijn alleen diagnostisch van nut bij IgE-gemedieerde reacties. De eliminatie-provocatiedieten kosten zeer veel tijd en zijn zeer belastend voor de patiënt. Tevens doen ze een beroep op de motivatie en dieettrouw van de patiënt (Miller, 1998). Het uitgangspunt voor het testen op IgG komt voort uit het feit dat bij atopici vaak zeer hoge IgG-titers werden gevonden. Deze IgG-antistoffen bleken voornamelijk gericht tegen voedsel. Eerdere onderzoeken toonden al aan dat niet altijd specifiek-IgE kon worden aangetoond in het serum van patiënten die een ontstekingsreactie kregen na een huidtest. Juist bij deze patiënten werden verhoogde IgG-titers aangetroffen (Parish, 1970 en Berry, 1977). Significant verhoogde concentraties van IgG werden ook aangetoond in het serum van mensen met voedselovergevoeligheden (Shiner e.a., 1975; Dannaeus e.a., 1977; Berrens e.a., 1981; Dannaeus en Inganas, 1981; Daul e.a. 1987; Burks e.a., 1988; Lilja e.a., 1991; Host e.a., 1992; en Germano e.a., 1993). Reacties op voedsel kunnen tal van symptomen veroorzaken in vrijwel elk deel van het lichaam. Deze reacties kunnen zowel immunologisch als niet-immunologisch van aard zijn. De twee immunologisch veroorzaakte reacties verschillen in die zin van elkaar dat voedselallergie (IgE-gemedieerd) meestal binnen 1 uur na inname optreedt. en resulteert in huidklachten, maagdarmklachten (GIT-allergy; gastrointestinal tract allergy) en longen. Voedselgevoeligheid met voedselspecifiek-IgG spiegels vertoont een vertraagde reactie en treedt meestal 24 uur tot 120 uur na consumptie op en is meer een reactie die onderhouden wordt of steeds weer opflakkert. De symptomen die optreden zijn meer algemeen en kunnen winderigheid, darmkrampen, misselijkheid, huidklachten, migraine en een algemeen gevoel van malaise, omvatten. ______________________________________________________________________
|