Onderzoek HPU


Inleiding
Presentatie onderzoek vragenlijst HPU

Het KEAC heeft vanuit 5338 ingevulde vragenlijsten een database samengesteld.

De resultaten zijn te zien in twee totaalrapporten:
van patiënten met HPL-waarde groter dan 0,6 µmol/l en
van patiënten met HPL-waarde groter dan 1 µmol/l.

Totaalrapport HPL-waarde kleiner dan 1,0 µmol/l (maar groter dan 0,6) Worse-case control
Totaalrapport HPL-waarde groter dan 1 µmol/l

Bekijk hier het totaalrapport onderzoek > 0,6 µmol/l
Bekijk hier het totaalrapport onderzoek > 1 µmol/l

In 1989-1992 heeft het KEAC onderzoek gedaan naar specifieke allergieën en het effect van de allergietests op de gezondheid van de patiënt. Hierbij zijn een aantal aspecten verder onderzocht. Daartoe werden 250 vragenlijsten naar patiënten gezonden die in 1990-1991 een allergietest hadden laten uitvoeren. Patiënten bij wie een sterk verlaagde waarde aan antistoffen werd gevonden werd va het onderzoek uitgesloten. In zo'n geval zal een allergie-screening geen of weinig betrouwbare uitkomsten geven. In totaal werden 152 vragenlijsten geretourneerd. De groep werd opgesplitst in patiënten met een normale totaalwaarde aan antistoffen en een groep met een lage totaalwaarde. Verder werd op groep opgesplitst in mannen en vrouwen. Een samenvatting van de gegevens volgen hieronder.

Deze gegevens zijn grotendeels ontleend aan een studie van Ir. D. Stevens van de Landbouwuniversiteit Wageningen. Een soortgelijk onderzoek is verricht met een kleine groep Noorse patiënten (Kamsteeg, 1991) en ruim 1100 patiënten gedurende de periode 1994-1997.

York Nutritional Laboratory

In 1998-1999 deed het York Nutritional Laboratory (YNL) een soortgelijk onderzoek. Zij verzonden 882 vragenlijsten. In het International Journal of Alternative and Complementary Medicine van januari 1999 verscheen een verslag van dit onderzoek. Een Nederlandse bewerking van dit onderzoek treft u hierna aan. Als u hier klikt wordt u doorverbonden naar de website van het YNL waar u de originele engelstalige tekst zult aantreffen.

1. Onderzoek naar voedselallergietest Klinisch Ecologisch Allergie Centrum

Vrijwel zonder uitzondering werd de test aangevraagd door chronisch zieke patiënten. Tien procent van de aanvragers waren kinderen beneden tien jaar. Ruim driekwart van de aanvragers waren vrouwen. De gemiddelde ziekteduur bedroeg 7 jaar. Slechts 15 procent van de aanvragers had korter dan twee jaar klachten. Meer dan de helft van de patiënten gaven aan maagdarmklachten te hebben. Eczeem, migraine of hoofdpijn werden door twintig procent van de patiënten genoemd.

De voedingsmiddelen die vaak positief scoorden waren: (tussen haakjes percentage vrouw/man) peulvruchten (?62, ?81), kaas (?61, ?69), eieren (?60, ?69), bonen (?43, ?47), Candida albicans (?41, ?33) en tarwe (?40, ?47). In de groep met een lage totaalwaarde aan antistoffen werden andere allergenen gevonden: kaas (?72,56), vis (?26,31), eieren (?51,44), peulvruchten (?44,?33), Penicillium (?36,?33), Cladosporium (?31,?11), Candida albicans (?33,?22) en noten (?31,?22). Hierbij valt op dat Candida albicans en andere schimmels voornamelijk bij vrouwen scoren. Opvallend is dat vis aanzienlijk sterker in de groep vrouwen met een lage totaalwaarde scoort.

Opvallende verschillen tussen de groep met een hoge totaalwaarde en lage totaalwaarde is, dat in de groep met een lage totaalwaarde aan antistoffen bij vrouwen specerijen, aardappel, Aspergillus, tomaat en wortel ongeveer 20% scoren, terwijl deze allergenen bij de mannen in deze groep volledig afwezig zijn. Bij specerijen is dit verschil zelfs 26 procent. Bij mannen wordt frequenter (meer dan tien procent verschil) rundvlees, banaan, pinda en kip gescoord.

Bij een onderzoek van een Noorse groep patiënten werden de volgende allergenen in afnemende volgorde gevonden: eieren (62%), tarwe (34), kaas (24), noten (16), peulvruchten (14), bananen (14), melk (12) en bonen (8%). Deze aantallen zijn aanzienlijk lager dan in de Nederlandse bevolking. Tevens blijkt dat er Noorwegen heel andere allergenen gevonden worden dan in Nederland (Kamsteeg, 1991).

Gemiddeld worden per test zeven voedingsmiddelen gevonden van klasse 2 of meer. De meeste patiënten vragen advies van een therapeut (70), diëtist (23) of huisarts (17%). Slechts 15 procent wint geen advies in.

Ruim driekwart van de patiënten meldt verbetering. Meer dan 30 procent praat over een drastische verbetering. Tot deze groep behoren vooral mensen met maagdarm-klachten en/of migraine. Ruim 15 procent zegt geen of slechts zeer tijdelijk verbetering te hebben gehad.


Literatuur

Kamsteeg J. (1991) Allergy testing –as simple as can be-. Norsk Biokjemisk Selskap a.v.d. Bergen 9 april 1991.

Stevens, D. (1992) Allergeenfrequentie in de IgG4-screening. In: IgG4 als maat voor antigene blootstelling; anergie en allergie als verstorende variabelen. Epidemiologie 115, pp. 13 e.v.

Onderzoek van de allergie-testen YNL

Nederlandse bewerking van het artikel van John Graham getiteld "Testing the allergy tests". In: International Journal of Alternative and Complementary Medicine, January 1999: 8-12.

In een grootschalig onderzoek bij circa 900 personen heeft het York Nutritional Laboratory onderzocht in welke mate haar laboratorium testen hebben bijgedragen bij de verbetering van hun conditie.

Het York Nutritional Laboratory (YNL) test patiënten op voedselallergieën en –intoleranties. Om inzicht te krijgen wat de impact van deze testen zijn, heeft het YNL besloten in de zomer van 1998 een grootschalig onderzoek uit te voeren.

Het YNL was zich ervan bewust dat er onder de patiënten waarschijnlijk sprake was van een groot aantal uiteenlopende ziektebeelden. Een groot aantal mensen moest daarom ondervraagd worden om een betrouwbaar resultaat te krijgen. Uiteindelijk werden 882 patiënten benaderd, die tussen februari en mei 1998 een test hadden laten uitvoeren.

Deze groep patiënten had gebruik gemaakt van de nieuwe vingerpriktest voor voedselallergieën. Deze test is ontwikkeld om verhoogde antilichaamwaarden te meten in het bloed, met behulp van de veel gebruikte en reproduceerbare ELISA methode.

Onderzoek naar de vertraagde reacties op voedsel en verhoogde voedselspecifieke IgG waarden worden sinds het begin van de jaren 80 uitgevoerd.

Schriftelijke vragenlijsten werden een maand nadat de allergietest was uitgevoerd, gezonden naar 882 patiënten. In totaal retourneerden 463 (52,5%) mensen de vragenlijst.

Onderzoeksdoelen

Het YNL wilde antwoord krijgen op de vragen:

• Wat zijn de belangrijkste symptomen van de patiënten?

• Wat waren de meest belastende voedingsmiddelen?

• Wat deden de patiënten daadwerkelijk met hun allergietest?

• Hoeveel verbetering ervoeren de patiënten?

• Indien er verbetering optrad, hoe snel voelde men zich beter?

• Had een bepaalde patiëntengroep betere resultaten dan een andere?

• Waren er verschillen tussen de patiënten die zich streng aan een dieet hielden en zij die dat niet of in mindere mate deden?

• Waren er significante verschillen tussen leeftijdsgroepen en geslacht?

Een eigen computerprogramma (SNAP4) werd gebruikt voor het verwerken en de analyse van de onderzoeksgegevens. Een medicus adviseerde bij de categorisatie van de resultaten. De condities die door de patiënten in eigen woorden werd gerapporteerd, werd bij een of meer van zes belangrijkste categorieën ingedeeld.

Belangrijkste symptomen

De belangrijkste symptomen die werden gerapporteerd (tabel 1) waren de zogenaamde chronische en vaak hardnekkige ziekten. De respondenten werd gevraagd in eigen woorden hun symptomen te beschrijven.

Een brede categorie werd gerapporteerd: hoofdpijn, migraine, lethargie, huiduitslag, maagkrampen, IBS (irritable bowel syndrome), colitis ulcerosa, rhinitis, artritis, astma, ME/CVS, obesitas en/of depressie.

Het was vrij duidelijk dat maag- en darmproblemen domineerden, 40% van de respondenten gaf aan dat dit hun belangrijkste klacht was. Een relatief klein aantal patiënten in de categorie "overige" rapporteerde moeilijke of meer acute klachten als hartkwalen.

Tabel 1 De belangrijkste gerapporteerde symptomen

Medische conditie Beschrijving patiënt Respons (%)*

Maagdarmkanaal IBS, diarree, opgeblazen gevoel, zwakheid, krampen 41,3

Luchtwegen Astma, ademhalingsproblemen, sinusitis 8,4

Neurologisch Hoofdpijnen, migraine, spanning 14,0

Dermatologisch Netelroos, eczeem, uitslag, rosacea 17,5

Spieren-skelet Artritis, fibromyalgie 6,5

Psychologisch Depressie, angst, moeheid, paniekaanvallen 9,7

Overige Hartklachten, ME/CVS, MS, haarverlies 11,0

Geen respons 3,5

* Sommige patienten rapporteerden meer dan een symptoom.

Duur van de symptomen

De patiënten werd gevraagd aan te geven hoe lang de symptomen aanwezig waren. De resultaten zijn een indicatie dat de meerderheid van de respondenten reeds een aantal jaren klachten heeft:

1 - 6 maanden 5%

7 - 35 maanden 24%

3 - 10 jaar 28%

> 10 jaar 32%

geen respons 10%

De minimum duur was vier weken. Deze patiënt had de allergietest uit algemene interesse aangevraagd. Een aantal respondenten had reeds meer dan 30 jaar klachten, of zelfs hun gehele leven. Circa 61% had 3 of meer jaren klachten.

Veel patiënten contacteerde YNL voor hulp na reeds jaren te lijden aan onverklaarbare klachten. Een groot aantal van hen gaf aan dat zij deze test zagen als een laatste strohalm.

De meest belastende voedingsmiddelen

Onderstaande voedingsmiddelen werden als meest belastend getest:

Koemelk Tomaten

Citrusvruchten Bessen

Garnalen Tarwe durum (harde tarwe)

Tarwe Haver

Zonnebloempitten Eieren

Gist Soja

Noten (verschillende) Rogge

Yoghurt Boekweit

Geitemelk Olijven

Kaas

Peulvruchten

YNL voerde een simultane analyse uit om te onderzoeken hoe vaak patiënten reageerden op verschillende voedingsmiddelen. Gemiddeld hadden de patiënten een sterke reactie op 4,7 voedingsmiddelen en een significante reactie op acht voedingsmiddelen.

De top tien van de meest voorkomende belastende voedingsmiddelen waren koemelk en daarvan bereide produkten (inclusief kaas en yoghurt), tarwe, gist, geitemelk, zwarte bes, nierbonen, eieren, garnalen, zonnebloempitten en soja.

De tien minst belastende voedingsmiddelen waren gember, kip, rode biet, wortel, bloemkool, pruim, knoflook, hertevlees, avocado en selderij.

Ondernomen acties naar aanleiding van de test

Nadat de patiënten de testresultaten ontvingen werden onderstaande acties ondernomen:

Huisarts raadplegen 34%

Andere adviseur raadplegen 17%

Gebruik maken van YNL "Voedselovergevoeligheidsgids" 76%

Opvallend is dat een relatief klein aantal patiënten contact opnam met de huisarts.

De mate van verbetering hangt echter wel samen met een bezoek aan de huisarts; wanneer contact met de huisarts of andere adviseur werd opgenomen, werden betere resultaten bereikt dan wanneer men alleen de voedselovergevoeligheidsgids raadpleegde.

Houding ten opzichte van wijzigen voedingspatroon

De over het algemeen gekozen verandering van het voedingspatroon was als volgt:

Rigoureuze verandering van het voedingspatroon 63%

Kleine aanpassingen aan voedingspatroon 30%

Voedingspatroon niet kunnen aanpassen 2%

(zwangerschap, ziekenhuisopname, te moeilijk, etc.)

Geen antwoord 2%

Bijna tweederde van de patiënten nam de resultaten serieus genoeg om hun voedingspatroon drastisch te veranderen. Van deze groep rapporteerde 57% een verbetering van 4 op een score van 5 (het hoge eind van de schaal), terwijl van de patiënten die een beperkte mate hun voedingspatroon wijzigden 32% een verbetering van 4 op een score van 5 aangaven.

61% van de patiënten die hun voedingspatroon drastisch veranderde sprak van een verbetering binnen 20 dagen, terwijl bij de groep die kleine dingen aan het voedingspatroon veranderden 57% binnen deze periode verbeterden. Beide groepen vertonen derhalve een vrijwel gelijke snelheid van verbetering, maar de groep die het meest drastisch veranderde voelde de grootste verbetering.

De mate van verbetering

Bij de vraag hoeveel verbetering men ervoer na het weglaten van de belastende voedingsmiddelen antwoordde men als volgt:

(Score 1 = laag; 5 = hoog)

Geen verandering in dieet 2%

Geen respons 4%

1. 18%

2. 10%

3. 19%

4. 28%

5. 20%

De score 1 en 'geen respons' werden beschouwd als een lage mate van succes en dat de scores 3-5 een matige tot hoge mate van verbetering impliceren. 67% van de patiënten rapporteerde een score van 3-5. Bijna de helft van de onderzoeksgroep gaf een score van 4 of 5, wat een relatief sterke verbetering aangeeft.

Snelheid van respons

Op de vraag hoe snel men verbeteringen waarnam, waren de antwoorden als volgt:

Geen verandering in dieet 2%

1 – 4 dagen 14%

5 – 8 dagen 19%

9 – 20 dagen 25%

21 – 60 dagen 14%

> 60 dagen 3%

geen respons 23%

Meer dan de helft (58%) van de respondenten rapporteerde een verbetering binnen 20 dagen. Binnen 60 dagen voelde 72% verbetering van de klachten. In aanmerking genomen dat deze groep met name chronische klachten had, is deze verbetering opmerkelijk.

Aan de andere kant gaf 23% aan dat er – binnen deze tijdschaal - geen verbetering was opgetreden.

Het is belangrijk om op te merken dat op deze vraag slechts 52,5% een antwoord gaf. Hierdoor moet deze vraag met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden.

Aanbevelingen voor anderen

Men werd gevraagd of men anderen dit onderzoek zou adviseren:

Ja 86%

Nee 5%

Misschien 3%

Geen respons 6%

Een aantal patienten gaf aan dat ze anderen deze test zouden aanbevelen, hoewel ze zelf geen (of minder dan verwacht) verbetering hadden ervaren. Vijf mensen gebruikte de vragenlijst om geld terug te vragen.

Analyse van de belangrijkste groepen

Maag-darmkanaal

Deze groep representeerde 42% van de respondenten en was daarmee de grootste groep. 70% van deze groep rapporteerde een score van verbetering van 3-5, 77% gaf aan dat binnen 60 dagen verbetering optrad. Meer dan een derde rapporteerde een verbetering binnen een week.

Score maag-darmkanaal

1 2 3 4 5 geen respons

% 15,7 11,5 18,3 31,9 19,9 4,2

Dagen tot verbetering voelbaar is

1 – 4 dagen 18,3%

5 – 8 dagen 19,4%

9 – 20 dagen 26,7%

21 – 60 dagen 13,6%

> 60 dagen 2,6%

geen respons 17,3%

Percentage met een score van 4 of 5 51,8%

Percentage met een score van 3,4 of 5 70,1%

Percentage met verbetering binnen 20 dagen 64,4%

Percentage met verbetering binnen 60 dagen 78,0%

Percentage die test aan derden aanbeveelt 90,0%

Luchtwegen

Deze groep was vrij klein, met daarbij sterk wisselende responsen. Minder dan een derde gaf aan weinig of geen (score 1, geen respons) verbetering te hebben geconstateerd, wat vergeleken met de andere groepen relatief laag is. Desondanks gaf 61% aan dat er een verbetering was van score 3-5, terwijl tweederde rapporteerde dat er binnen 60 dagen verbetering was. 27 patiënten (69%) hadden de klachten langer dan drie jaar en daarvan had 36% langer dan 10 jaar klachten. Hoewel er een relatief hoog aantal slechte responders was, bleek een meerderheid positief te reageren, ondanks al jaren voortdurende klachten.

Score luchtwegen

1 2 3 4 5 geen respons

% 20,5 7,7 17,9 28,2 15,4 12,8

Dagen tot verbetering voelbaar is

1 – 4 dagen 12,8%

5 – 8 dagen 15,4%

9 – 20 dagen 25,6%

21 – 60 dagen 12,8%

> 60 dagen 0%

geen respons 33,3%

Percentage met een score van 4 of 5 43,6%

Percentage met een score van 3,4 of 5 61,5%

Percentage met verbetering binnen 20 dagen 53,8%

Percentage met verbetering binnen 60 dagen 66,6%

Percentage die test aan derden aanbeveelt 79,5%

Neurologisch

Deze groep, waarin met name migraine en hoofdpijn voorkwam, rapporteerde het hoogste aantal 5 scores (32%). De gemiddelde 5 score over alle groepen was 20%. Ook de snelheid van verbetering is hoog; binnen 20 dagen rapporteert circa tweederde een verbetering.

Score neurologisch

1 2 3 4 5 geen respons

% 15,4 12,3 15,4 18,5 32,3 6,2

Dagen tot verbetering voelbaar is

1 – 4 dagen 18,5%

5 – 8 dagen 18,5%

9 – 20 dagen 26,2%

21 – 60 dagen 7,7%

> 60 dagen 3,1%

geen respons 22,2%

Percentage met een score van 4 of 5 50,8%

Percentage met een score van 3,4 of 5 66,2%

Percentage met verbetering binnen 20 dagen 63,2%

Percentage met verbetering binnen 60 dagen 70,9%

Percentage die test aan derden aanbeveelt 87,7%

Dermatologisch

Dit was de op een na grootste groep. De belangrijkste klachten waren acné, eczeem, netelroos en algemene huiduitslag. Over het algemeen is er sprake van een hoge mate van succes, waarbij de helft tot tweederde van de groep vrij goed en snel verbeterde. Minder dan een kwart rapporteerde geen verbetering.

Circa 35% van de patiënten gaf aan dat ze de klachten al meer dan 10 jaar hadden en 58% meer dan drie jaar. Ook hier is sprake van een groep van met name chronische patiënten.

Score (van 5) dermatologisch

1 2 3 4 5 geen respons

% 16,0 6,2 27,2 29,6 19,8 3,7

Dagen tot verbetering voelbaar is

1 – 4 dagen 11,1%

5 – 8 dagen 22,2%

9 – 20 dagen 27,2%

21 – 60 dagen 12,3%

> 60 dagen 4,9%

geen respons 22,2%

Percentage met een score van 4 of 5 50,0%

Percentage met een score van 3,4 of 5 66,3%

Percentage met verbetering binnen 20 dagen 60,5%

Percentage met verbetering binnen 60 dagen 72,8%

Percentage die test aan derden aanbeveelt 85,0%

Spieren/skelet

Dit was een relatief kleine groep, waarbij vooral sprake is van reumatoïde en psoriasis artritis. Eenderde van deze groep had deze klachten langer dan 10 jaar en 60% langer dan drie jaar.

Het merendeel van deze groep reageert goed; 63% geeft een score van 3-5 en de helft rapporteert enige verbetering binnen 20 dagen.

Bij deze groep is vooral opvallend dat er een duidelijke tendens is dat de verbetering binnen 60 dagen optreedt. Binnen deze periode geeft driekwart aan dat er verbetering is opgetreden.

Er zijn indicaties dat ondanks het feit dat het langer duurde voordat er verbetering optrad, deze groep in zijn totaal de sterkste verbetering vertoont.

Score spieren/skelet

1 2 3 4 5 geen respons

% 13,3 16,7 23,3 26,7 13,3 3,3

Dagen tot verbetering voelbaar is

1 – 4 dagen 6,7%

5 – 8 dagen 23,3%

9 – 20 dagen 20,0%

21 – 60 dagen 26,7%

> 60 dagen 6,7%

geen respons 13,3%

Percentage met een score van 4 of 5 40,0%

Percentage met een score van 3,4 of 5 63,3%

Percentage met verbetering binnen 20 dagen 50,0%

Percentage met verbetering binnen 60 dagen 76,7%

Percentage die test aan derden aanbeveelt 90,0%

Psychologisch

Bij deze groep rapporteerde 42% dat er meer dan drie jaar klachten waren. Opvallend was dat 20% niet aan heeft gegeven hoe lang de klachten aanwezig zijn. 60% gaf een score van 3-5, en meer dan tweederde gaf aan binnen 60 dagen verbetering te hebben geconstateerd. De psychologische problemen betroffen hier met name depressie, paniek aanvallen, lethargie en angst, allen moeilijk te behandelen.

Er wordt vaak beweerd dat er een verband is tussen de darm en de geest. Het onderzoek lijkt de visie te ondersteunen dat patiënten die voedingsmiddelen gaan mijden omdat ze belastend zijn, verbetering van hun klachten kunnen ervaren.

Score psychologisch

1 2 3 4 5 geen respons

% 17,8 13,3 11,1 22,2 26,7 8,9

Dagen tot verbetering voelbaar is

1 – 4 dagen 13,3%

5 – 8 dagen 13,3%

9 – 20 dagen 31,1%

21 – 60 dagen 13,3%

> 60 dagen 4,4%

geen respons 24,4%

Percentage met een score van 4 of 5 48,9%

Percentage met een score van 3,4 of 5 60,0%

Percentage met verbetering binnen 20 dagen 57,7%

Percentage met verbetering binnen 60 dagen 71,0%

Percentage die test aan derden aanbeveelt 82,2%

Overige symptomen

Deze relatief kleine groep representeert een groep patiënten met sterk uiteenlopende klachten, variërend van hartklachten tot ME/CVS, MS, kaalheid, blaren en sommige gevallen die beschreven werden als allergisch. Deze groep vertoonde een relatief groot aantal slechte responders, waabij eenderde een score 1 of geen respons gaf. Aan de andere kant beweerde 65% binnen 60 dagen verbetering te ervaren. Vanwege de sterke variatie van symptomen is het moeilijk deze data goed te analyseren.

Score overige symptomen

1 2 3 4 5 geen respons

% 25,5 11,8 15,7 23,5 15,7 7,8

Dagen tot verbetering voelbaar is

1 – 4 dagen 15,7%

5 – 8 dagen 17,6%

9 – 20 dagen 23,5%

21 – 60 dagen 7,8%

> 60 dagen 2,0%

geen respons 33,3%

Percentage met een score van 4 of 5 39,2%

Percentage met een score van 3,4 of 5 54,9%

Percentage met verbetering binnen 20 dagen 56,8%

Percentage met verbetering binnen 60 dagen 64,6%

Percentage die test aan derden aanbeveelt 82,4%

Samenvatting

Een samenvatting van de belangrijkste condities is weergegeven in tabel 2.

Het algehele beeld is dat tweederde van de patiënten scores rapporteerde van 3,4 of 5, terwijl de helft binnen 20 dagen en 72% binnen 60 dagen verbetering constateerde.

Met uitzondering van de Overige groep vielen alle scores van de verschillende condities binnen 7% van het gemiddelde. Dit is een indicatie dat er grote overeenkomst is tussen de groepen en dat dit nader onderzoek verdient.

Tabel 2. Overzicht resultaten condities

Conditie Verbetering binnen Scores Aanbeveling

20 dagen (%) 60 dagen (%) 3,4 of 5 Ja (%)

Maag-darmkanaal 64 78 70 90

Luchtwegen 54 67 62 79

Neurologisch 63 71 66 87

Dermatologisch 61 73 66 85

Spier-skelet 50 77 63 90

Psychologisch 58 71 60 82

Overig 57 65 55 82

Alle condities 57 72 67 86

Leeftijd en geslacht

70% van de respondenten waren vrouwen. Dit komt vrij goed overeen met het aandeel vrouwen dat de test heeft aangevraagd, 66%. De leeftijd varieerde van drie maanden (een baby met multiple allergieën en symptomen) tot 80 jaar. De gemiddelde leeftijd van de mannen was 58 jaar, terwijl 52 jaar de gemiddelde leeftijd van de vrouwen was. 73% van alle respondenten was tussen de 30 en 70 jaar oud.

Het aantal jongens en meisjes jonger dan 9 jaar was gelijk, totaal 15 kinderen.

Er waren relatief weinig significante verschillen. De jongere patiënt had minder moeite het voedingspatroon aan te passen. Ouderen boven de 70 jaar rapporteerden minder verbetering dan jongeren. Buiten deze leeftijdcategorie waren er geen significante verschillen tussen de verschillende leeftijdgroepen. Deze patiënten lijken in dezelfde mate te reageren.

Opvallend was dat vrouwen een hogere score hadden en sneller reageerden dan mannen.

Conclusie

Het onderzoek had een relatief hoog aantal respondenten. De meerderheid had reeds jaren klachten.

De belangrijkste conclusies van dit onderzoek zijn dat de meerderheid van de patiënten die de test uit lieten voeren en daarna hun voedingspatroon wijzigden, een significante verbetering van hun klachten rapporteerde.

Soms waren de verbeteringen spectaculair, een vijfde deel gaf de hoogste score. De mate van verbetering hing sterk samen met een rigoureuze verandering van het dieet, hoewel ook bij een kleine verandering van het dieet al verbetering voor kwam.

Aan de andere kant gaf 20-25% van de patiënten aan dat zijn binnen dit tijdsbestek geen of minimale verbetering ervoeren.

Bij circa 72% werd verbetering geconstateerd. 86% gaf aan dat ze YNL zouden adviseren aan derden, of dit al hadden gedaan.

De patiënten die hun huisarts of medisch adviseur hadden geraadpleegd naar aanleiding van de test hadden duidelijk meer verbeteringen dan zij die dit niet hadden gedaan.

Een significant deel van de patiënten die leden aan een wijde range van onduidelijke, chronische ziekten, constateerde significante verbetering van hun symptomen na aanpassing van hun voedingspatroon naar aanleiding van de test.

Een routine onderzoek naar antilichamen lijkt bij deze groep patiënten, waarvan het aantal bovendien toe lijkt te nemen, zeker wenselijk.

Uit dit onderzoek blijkt dat die mensen die de test hebben laten uitvoeren en daarna hun dieet hebben aangepast, significant te verbeteren.

Op basis van deze studie mag worden verwacht dat in potentie de symptomen van duizenden patiënten die aan diverse, uiteenlopende ziekten lijden, kunnen verbeteren. Een bredere toepassing van de technieken die door YNL worden gebruikt, kan de werkdruk van huisartsen en lokale gezondheidscentra verminderen en kan bovendien leiden tot een substantiële vermindering van de ziektekosten.